Feedforward in Leiderschap

Medewerker aanspreken op gedrag dat je zelf niet hebt gezien

Estimated reading time: 8 minuten

Een medewerker aanspreken op gedrag is al lastig genoeg wanneer je de situatie zelf hebt meegemaakt. Je kunt dan concreet benoemen wat je zag, wat het effect was en welk gedrag je vanaf nu verwacht. Je hebt een duidelijk vertrekpunt.

Het wordt ingewikkelder wanneer je het gedrag niet zelf hebt gezien.

Een collega vertelt dat iemand afspraken structureel niet nakomt. Een klant laat vallen dat de communicatie stroef verloopt. Meerdere teamleden benoemen voorzichtig de houding van één specifieke collega. Of je merkt dat er onderhuidse spanning in het team zit, terwijl niemand zich hardop uitspreekt.

Als leidinggevende zit je dan met een lastige opgave: de signalen serieus nemen, het gesprek openen en tegelijk voorkomen dat het direct verzandt in een discussie over bewijs en bronnen.

Deze pagina gaat over uitdaging 2 uit de Praktische feedforward-gids voor jouw gesprekscyclus. In die gids werken we deze uitdaging praktisch uit met concrete stappen en direct toepasbare voorbeeldzinnen. Hieronder lees je wat de dynamiek in zo’n gesprek is en waarom het vaak onbedoeld vastloopt.


Praktische feedforward-gids voor jouw gesprekscyclus

Ontwikkelgesprekken, functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken lopen vaak vast op herkenbare momenten: weerstand, emotie, vage afspraken of een boodschap die toch te zacht blijft. In deze gratis gids lees je de 10 grootste uitdagingen uit 800+ praktijkvragen, met een zelfscan en voorbeeldzinnen die je direct kunt gebruiken. Download hem hier.


Waarom een medewerker aanspreken op gedrag hier zo lastig is

Veel leidinggevenden willen dit soort gesprekken uiterst zorgvuldig aanvliegen. Je wilt iemand geen verwijt maken op basis van losse geluiden bij de koffieautomaat. Je wilt ook voorkomen dat een medewerker zich overvallen voelt door opmerkingen van anderen die hij of zij op dat moment niet kan controleren.

Tegelijk kun je structurele signalen niet laten liggen. Als collega’s blijven mopperen, klanten terughoudender worden of het team wegbeweegt bij een bepaalde collega, ontstaat er ruis in het werk. Ook als jij het specifieke gedrag niet letterlijk hebt waargenomen.

Precies daar zit de spanning: je hebt signalen die serieus genoeg zijn om te bespreken, terwijl je de directe waarneming mist om het gesprek stevig te openen. Tijdens veel van onze maatwerktrainingen geven leidinggevenden aan dat ze daardoor gaan twijfelen. Ze stellen het gesprek uit tot een volgend beoordelingsmoment, zoeken naar meer voorbeelden, of starten het gesprek zo voorzichtig op dat de kern direct vervaagt.

Het risico van een onbedoeld mini-verhoor

Wanneer je een medewerker aanspreekt op gedrag op basis van signalen van anderen, is de kans groot dat het gesprek in de bewijslast verzandt.

De medewerker reageert direct met vragen:

“Wie zegt dat dan precies?”

“Wanneer was dat?”

“Waarom komt die collega daar zelf niet mee naar mij toe?”

Die vragen zijn volkomen begrijpelijk. Iemand wil weten waarop jouw beeld gebaseerd is. Toch ontstaat er razendsnel een dynamiek waarin jij de ontvangen signalen moet verdedigen en de medewerker ze probeert te ontkrachten. Voor je het weet bespreek je nauwelijks nog het effect op de werkvloer. Het gesprek draait dan vooral om de betrouwbaarheid van de bron: kleiner, scherper en ongemakkelijker.

Als leidinggevende beland je dan in een spagaat. Geef je te veel details over wie wat heeft gezegd, dan beschadig je het vertrouwen in het team. Blijf je te vaag, dan vindt de medewerker jouw waarneming ongeloofwaardig.

“Ik hoorde via via dat hij moeilijk doet in het team. Maar tegenover mij is hij altijd gewoon netjes. Ik wist niet hoe ik het gesprek moest beginnen zonder meteen te klinken alsof ik hem ergens van beschuldigde.”
Deelnemer training

Hoe het gesprek van ontwikkeling naar verdediging verschuift

Een medewerker aanspreken op gedrag raakt razendsnel aan iemands zelfbeeld. De meeste mensen zien zichzelf graag als professioneel, collegiaal en betrouwbaar. Signalen die daar niet bij passen, leveren vrijwel automatisch spanning op.

Zeker wanneer termen als houding, toon of professionaliteit vallen, voelt dat persoonlijk. De medewerker vraagt zich af of er achter zijn of haar rug om gepraat wordt en of hij of zij ineens het probleem is geworden.

Om die reden is het belangrijk om het gesprek te voeren langs het gezamenlijke werk: het zichtbare effect in de praktijk, de afspraken die gelden en wat de rol vraagt. Zo voorkom je dat het gesprek aanvoelt als het opbouwen van een klachtendossier.

Wat er in het team gebeurt als je het gesprek uitstelt

Uit angst voor gedoe rondom de bewijslast wachten veel leidinggevenden met dit soort gesprekken. Dat voelt op korte termijn veilig. Het probleem verdwijnt in de praktijk zelden vanzelf.

Blijven signalen liggen, dan ontstaat er een ongewenst patroon. Collega’s gaan om de betreffende persoon heen werken, delen minder informatie en ventileren hun irritaties onderling. Of ze verwachten simpelweg dat jij het als leidinggevende oplost. De samenwerking wordt stiller, de klap uiteindelijk groter.

Ook de medewerker zelf is niet geholpen bij uitstel. Die hoort pas in een heel laat stadium dat zijn of haar gedrag impact heeft op de rest van het team. Tegen die tijd zijn de frustraties onnodig hoog opgelopen. Zorgvuldig een medewerker aanspreken op gedrag is daarmee een verantwoordelijkheid richting de persoon zelf én richting het team.

De valkuil: namens anderen praten

Een veelgemaakte fout in deze situatie is dat je als leidinggevende te veel namens de groep gaat praten. Zinnen als “Collega’s vinden dat jij…” of “Ik hoor van meerdere mensen dat…” lijken direct, maar ze maken de medewerker achterdochtig.

Het gesprek gaat dan al snel over beeldvorming en veiligheid in plaats van over het werk. Een stevigere positie: je hebt signalen ontvangen, je neemt het functioneren van het team serieus en je wilt de komende periode samen onderzoeken wat er in het werk zichtbaar wordt. Daarmee doe je geen uitspraak over de bron van de signalen en maak je tegelijk duidelijk dat je ze niet negeert.

Wat je wél kunt bespreken: het gezamenlijke kader centraal

Zelfs als je de situatie niet met eigen ogen hebt gezien, kun je een goed gesprek voeren. De feedforward-aanpak legt het gesprek langs drie heldere lijnen.

Ten eerste: het gezamenlijke kader. Wat vraagt deze functie, wat heeft het team nodig en wat mogen klanten of opdrachtgevers verwachten? De teamafspraken zijn het vertrekpunt, niet de geluiden van collega’s.

Ten tweede: het zichtbare effect. Wat gebeurt er in de praktijk wanneer informatie te laat komt, de afstemming hapert of collega’s terughoudend worden?

Ten derde: de eigen invloed. Wat herkent de medewerker zelf en welke stap kan hij of zij de komende weken zetten om de samenwerking beter op de rit te krijgen?

Je hoeft niet elk detail uit het verleden sluitend te bewijzen. De focus ligt op wat er vanaf nu nodig is.

Drie voorwaarden voor een professioneel gesprek

Houd bij het aanspreken op gedrag drie dingen in het oog.

Geen rechtszaak. Je hebt geen waterdicht bewijsdossier nodig om een signaal te bespreken. Het gaat om vroegtijdig bijsturen, niet om een formeel oordeel.

Geen roddelgesprek. Bescherm collega’s die signalen delen. Richt je volledig op de teamafspraken en het werk, ongeacht wie wat precies heeft gezegd.

“Er is een groot verschil tussen wat er feitelijk gebeurt en het verhaal dat we er in ons hoofd van maken.”
Vrij naar Brené Brown

Geen karaktergesprek. Vermijd containerbegrippen als negatief of lastig. Benoem concreet welk gedrag er nodig is: eerder afstemmen, collega’s tijdig informeren, openstaan voor andere werkwijzen.

Het gesprek begint bij de afspraken, niet bij de signalen

Een medewerker aanspreken op gedrag dat je zelf niet hebt gezien, vraagt om zorgvuldigheid en duidelijkheid. Zorgvuldigheid om de signalen serieus te nemen. Duidelijkheid om ze te plaatsen in het kader van de rol en de samenwerking.

Wie het gesprek opent vanuit de teamafspraken, staat steviger dan wie het gesprek opent vanuit wat anderen hebben gezegd. Dan verschuift de aandacht van bewijs naar wat het werk en het team vragen.

In de Praktische feedforward-gids voor jouw gesprekscyclus werken we deze uitdaging stap voor stap uit, met voorbeeldzinnen die je letterlijk kunt gebruiken.

Download de gratis praktijkgids

Meer weten?

Wil je onderzoeken hoe jullie leiders moeilijke gesprekken lichter, eerlijker en constructiever kunnen maken? Ik denk graag mee en kijk met jullie naar wat er nú mogelijk is.

schrikkema@dir.nl

Veelgestelde vragen over feedforward ontwikkelgesprekken, functioneringsgesprekken en medewerkers aanspreken op gedrag

Mobiele versie afsluiten