Feedforward in Leiderschap

Van mooie plannen naar resultaat: zo krijg je een team in beweging

Je hebt een plan op papier dat er strak uitziet. In het teamoverleg heb je een stevig gesprek gevoerd en iedereen lijkt het te snappen. Toch verandert er in de praktijk vaak opvallend weinig. De waan van de dag neemt het over en de afspraken zakken weg in de drukte. Je team in beweging krijgen blijkt simpelweg lastiger dan veel leidinggevenden denken.

Daar gaat het in veel teams mis. Goede bedoelingen zijn er meestal genoeg, alleen lukt het vaak niet om die te vertalen naar concreet gedrag op de werkvloer. Verbeteren blijft dan iets voor de vergadertafel. Harvard Business Review schreef daar al over: als je informatie die je leert niet direct toepast, vergeet je na zes dagen alweer driekwart van de stof.[i] Dat zie je in organisaties voortdurend terug. Een goed gesprek geeft energie, alleen verandert er pas iets als mensen daarna ander gedrag laten zien.

Leidinggeven vraagt dus dat je elke dag zorgt dat dingen ook echt gebeuren. Je hoeft niet steeds iets nieuws te bedenken. Je moet zorgen dat het team de belangrijke dingen ook echt gaat doen.

Waarom het lastig is om een team in beweging te krijgen

Uit ons onderzoek naar reflectie blijkt dat leidinggevenden zichzelf gemiddeld een 6,5 geven voor het ondernemen van nieuwe acties op basis van reflectie. Hun team geven zij een 5,4. Dat verschil laat zien dat leidinggevenden zichzelf op dit punt actiever inschatten dan hun mensen.

Dat verschil heeft vaak twee oorzaken. De eerste is dat doelen te groot en te vaag blijven. Woorden als eigenaarschap, kwaliteit en samenwerking klinken goed, maar zeggen nog weinig over wat iemand morgen anders doet. Iedereen denkt dat het helder is, terwijl teamleden er in de praktijk iets anders onder verstaan.

De tweede oorzaak is dat teams te veel tegelijk willen. Er lopen verbeteracties, projecten en nieuwe ideeën door elkaar heen. Dat geeft drukte, terwijl het zicht op wat echt telt juist afneemt. Mensen zijn bezig, alleen niet altijd met datgene wat op dit moment het meeste verschil maakt.

Een team in beweging krijgen begint daarom met keuzes maken. Maak eerst af waar je aan begonnen bent. Evalueer de resultaten en vier wat er goed ging. Pas daarna maak je ruimte voor iets nieuws. Dat geeft rust en helpt mensen om scherp te houden wat nu voorrang heeft.

Maak doelen concreet en werkbaar

Een team komt sneller in actie als duidelijk is wat het doel vraagt van ieders gedrag. Stel dat jullie de samenwerking willen versterken. Dan is de vraag niet of iedereen dat een goed idee vindt. De vraag is wat dat in jullie team precies betekent. Betekent het dat collega’s elkaar eerder betrekken? Dat irritaties sneller worden uitgesproken? Dat mensen na een overleg direct terugkoppelen wat ze gaan doen?

Zodra je dat scherp maakt, verandert het gesprek. Je kunt als leidinggevende veel preciezer benoemen wat je ziet. Je hoeft dan niet te zeggen dat iemand weinig eigenaarschap toont. Je kunt bespreken dat informatie te laat wordt gedeeld of dat iemand te lang wacht met het inschakelen van collega’s. Dan snappen mensen waar het over gaat.

Dat maakt verbeteren ook minder zwaar. Een medewerker hoeft niet te denken dat zijn hele persoonlijkheid ter discussie staat. Het gaat om gedrag dat in een bepaalde situatie beter werkt.

Op basis van duizenden uitkomsten uit de feedforward analyse™ zien we dat kwaliteiten als resultaatgerichtheid vaak in de top 10 staan, terwijl besluitvaardigheid gemiddeld pas op plek 15 staat. Juist in spannende situaties zie je hoe zichtbaar iemand die kwaliteiten inzet.

Een kleine truc bij twijfel: de beslissingsmunt van George Parker

Twijfel kost vaak meer tijd dan een eerste stap zetten. Illusionist George Parker gebruikt daarvoor een beslissingsmunt. Koppel twee keuzes aan kop of munt en gooi de munt in de lucht. Terwijl die valt, voel je vaak al op welke uitkomst je hoopt. Voel je teleurstelling bij de uitslag, dan weet je meestal genoeg. Blijf daarna niet hangen in gepieker. Kies en ga weer verder.

Het is een eenvoudige manier om uit getwijfel te komen en weer een stap te zetten.

Begin klein en maak af

Veel leidinggevenden zetten te groot in. Het team moet scherper worden, beter samenwerken en tegelijk een paar hardnekkige problemen oplossen. De lijst groeit dan sneller dan de beweging op de werkvloer.

Klein beginnen helpt. Kies één of twee punten die nu het meeste verschil maken. Houd dat een paar weken vast. De vergelijking met een marathon is hier bruikbaar. Wie een marathon wil lopen, begint ook niet met een training van twintig kilometer. Teams doen dat in hun werk vaak wel. Ze willen meteen te veel veranderen. Daardoor haken mensen af voordat iets echt is ingesleten.

Kleine stappen werken goed bij gedragsverandering. Een teamleider die vaak zelf met oplossingen komt, kan met zichzelf afspreken om eerst twee extra vragen te stellen. Een medewerker die ergernissen laat oplopen, maakt iets diezelfde week nog bespreekbaar. Dat lijkt klein, maar juist daar zie je vaak het eerste verschil. Mensen merken sneller effect en dat geeft vertrouwen.

Daarnaast is afmaken belangrijk. In veel teams worden dingen gestart, half uitgevoerd en daarna ingehaald door de volgende prioriteit. Daar leert een team weinig van. Rond dus af wat je hebt ingezet. Kijk samen terug. Wat werkte? Waar liep het vast? Wat houden jullie vast? Pas daarna zet je de volgende stap.

Leren lukt pas als fouten bespreekbaar zijn

Wie ander gedrag uitprobeert, merkt ook weleens dat iets niet werkt. Dat hoort bij ontwikkelen. Toch blijft dat voor veel mensen spannend. Zeker in teams waar fouten snel leiden tot kritiek of gedoe.

Leidinggevenden hebben hier veel invloed. Als jij alleen successen benoemt en je eigen missers buiten beeld houdt, voelt het team dat aan. Mensen worden dan voorzichtiger. Ze kiezen eerder voor bekend gedrag. In de feedforward analyse™ zien we dat de kwaliteit ‘accepteert fouten van anderen’ bij leidinggevenden op plek 46 staat van de 48 kwaliteiten. Dat gedrag is dus bijna nergens zichtbaar.

In High Performance Organisaties krijgen mensen juist ruimte om te experimenteren en open te zijn over wat niet goed liep. De aandacht gaat naar herstel en verbetering. In de praktijk helpt taal daarbij. Het woord fout roept spanning op. Spreek liever over een les van de week. Dat klinkt eenvoudiger en haalt de lading eraf. De gedachte van ‘not yet’ sluit daar goed op aan. Iets lukt nog niet goed genoeg. Je bent er nog niet. Dat geeft lucht, terwijl de lat gewoon blijft staan.

Combineer coachen en volgen

Een team verbeteren vraagt twee dingen van een leidinggevende. Je moet mensen serieus nemen én duidelijk zijn over gedrag, doelen en resultaten. Alleen steunen is niet genoeg. Alleen sturen werkt ook niet. Medewerkers hebben er iets aan als je luistert, doorvraagt en probeert te begrijpen wat iemand nodig heeft. Ze hebben er net zo goed iets aan als je helder bent over afspraken en hen aanspreekt op hun bijdrage aan het gemeenschappelijke resultaat.

Juist dat volgen schiet er in de praktijk vaak bij in. Op basis van duizenden uitkomsten uit de feedforward analyse™ zien we dat de kwaliteit monitort bij leidinggevenden gemiddeld pas op plek 44 van de 48 kwaliteiten staat. Dat is opvallend laag. Terwijl juist daar veel winst zit. Terugkomen op afspraken, kijken wat er echt van terechtkomt en feiten boven aannames zetten, helpt teams om in beweging te blijven.

De volgorde maakt daarbij verschil. Maak eerst contact en begin daarna pas over wat er anders moet. Dan blijft het gesprek menselijk, zonder vaag te worden. En je voorkomt dat coachen los komt te staan van resultaat.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang de nieuwste artikelen, programma's en praktijkcases!

Als iemand echt niet meebeweegt

Onderzoek onder Nederlandse organisaties laat zien dat gemiddeld 14,9 procent van het personeel onder de maat presteert. Dat zijn ruim 1,3 miljoen werknemers. Soms ontbreekt de wil om te veranderen. Regelmatig speelt er meer. Mensen haken ook af als verwachtingen vaag zijn of als ze ervaren dat hun bijdrage er weinig toe doet.

Besluitvaardig omgaan met deze groep vraagt om duidelijkheid en tempo:

Goede leidinggevenden laten het dus niet sudderen. Ze maken duidelijk wat er verwacht wordt, komen daar snel op terug en trekken een grens als verbetering uitblijft.

Groeien doet een beetje pijn

Nieuw gedrag aanleren voelt in het begin ongemakkelijk. Abraham Twerski maakte dit mooi zichtbaar in zijn bekende uitleg over hoe kreeften groeien. Een kreeft leeft in een hard pantser dat niet meegroeit. Als het lijf groter wordt, gaat dat pantser knellen. De kreeft moet zijn vertrouwde omhulsel afwerpen om een groter pantser te kunnen maken. Dat ongemak hoort dus bij groei.

In teams werkt het vaak net zo. Een nieuwe manier van werken schuurt in het begin bijna altijd. Om van die verandering een gewoonte te maken, heb je tijd nodig. De 66 dagen challenge is daarvoor een bruikbaar beeld. Gedrag verandert pas echt als je het lang genoeg volhoudt.

Plan daarom korte reflectiemomenten in, bijvoorbeeld vijf minuten voor een overleg of lastig gesprek. Sta even stil bij wat je wilt bereiken en welk gedrag je wilt laten zien. Juist die korte voorbereiding helpt om oude reflexen te doorbreken.

Krijg je team in beweging

Een team komt pas in beweging als afspraken zichtbaar worden in het dagelijks werk. Je ziet dat in de manier waarop mensen samenwerken, elkaar op tijd betrekken en lastige dingen eerder bespreken. Daar ligt ook de taak van een leidinggevende: terugkomen op gedrag, scherp blijven op afspraken en voorkomen dat verbeteren weer naar de achtergrond verdwijnt.

Echt in beweging komen?

Merk je dat plannen in jouw team te vaak blijven liggen? Ik denk graag met je mee over hoe je de stap van praten naar doen kleiner en makkelijker maakt.

schrikkema@dir.nl


Bronverwijzing:

Veelgestelde vragen over teamontwikkeling en High Performance Teams

Mobiele versie afsluiten